januari - ik stikte in
februari - ik werd wakker naast
maart - ik smste
april - ik fietste samen met
mei - ik ben
juni - ik struikelde over
juli - ik ging naar de winkel en pakte een
augustus - ik reed met de fiets tegen een
september - ik deed een spelletje met
oktober - ik keek naar
november - ik kwam tot de conclusie dat 1 + 1 =
december - ik pakte een
1- een aansteker
2- een nagelknipper
3- een manderijn
4- een vork
5- een glas
6- een schroevedraaier
7- een augurk
8- een wc pot
9- een fotocamera
10- een lijmstift
11- een eend
12- strippenkaart
13- een computer beeldscherm
14- geluids spreker
15- een plakje ham
16- een microfoon
17- koffieboon
18- totempaal
19- een zak zuurtjes
20- een roltrap
21- een schaaltje fruit
22- een
paashaasschaamhaarverzamerlaarverzamelvaas
23- kledingkast
24- een stuk plastick
25- een oma
26- een paspop
27- een telefoon
28- een blokfluit
29- een boom
30- een potlood
31- een non
rood- omdat het gewoon kan
groen- omdat het niet anders is
blauw- omdat niet recht kan lopen
orange- omdat altijd in een handstand slaap
zwart- omdat ik niet spoor
geel- omdat ik altijd me vervoersmiddel op het dak parkeer
roze- omdat sandalen lekkerder vind lopen dan laarzen
paars- omdat ik binnen ben
wit- omdat ik binnen 3 seconde een glas kan leeg drinken
anders- omdat ik saai ben